VRA herdenkt haar gevallenen

Bijeenkomst 4 mei 2026

Deze tekst is uitgesproken door Harry Oltheten bij de eerste 4-meiherdenking op VRA.


Het was vlak na de oorlog en ik mocht voor de eerste keer aan de hand van mijn vader mee naar een wedstrijd van zijn en later mijn favoriete voetbalclub Go Ahead. Ik weet nog goed hoe hij na het passeren van het toegangspoortje even stil bleef staan bij een plaquette aan de achterkant van de hoofdtribune met daarop een aantal namen. ‘Die zijn gestorven voor het vaderland,’ zei hij plechtig. ‘Dat waren heel moedige mensen. Sindsdien keek ik altijd vol ontzag naar de namen. Onder hen was de bekende voetbalreporter Han Hollander een van de oprichters van de club. Hij had bij de Olympische spelen in 1936 van Hitler een oorkonde gekregen die hem naar hij dacht in de oorlog zou vrijwaren van deportatie. Het mocht niet zo zijn. De man die in de jaren dertig bij voetbalwedstrijden half Nederland aan het radiotoestel gekluisterd hield werd vergast.

Ik moest meteen aan het tafereel met mijn vader denken toen John Wories me een tijdje geleden vroeg of ik op vier mei op VRA een paar woorden wilde wijden aan enkele de in de oorlog omgebrachten uit de rijen van onze club. Zo bijvoorbeeld aan

Carel Frederik Jibben geboren op 2 februari 1920 in Amsterdam. Hij kwam als piepjong kereltje bij de club, speelde tussen 1937 en 1942 zes seizoenen voor VRA1 en bracht het tot 54 hoofdklassewedstrijden. Erg goed batten kon hij niet getuigen zijn hoogste score, een magere 15 not out, maar als bowler stond hij zijn mannetje en ook vangen ging hem goed af ((37, 16).

Carel Frederik, bankemployé van beroep, werd op 4 januari 1939 goedgekeurd voor militaire diensten en na de capitulatie op juni 1940 met groot verlof gestuurd, waarna hij algauw betrokken raakte bij het verzet. Op een gegeven moment besloot hij naar England uit te wijken. Hij koos niet de route over zee, maar die via België, Frankrijk, Spanje en Portugal. Helaas kwam hij niet ver. Op 20 augustus 1942 werd hij in België gearresteerd door de Duitsers. Hij werd overgebracht naar Luik en daar veroordeeld tot 6 jaar tuchthuisstraf, die gelijk bleek te staan aan een doodvonnis. Via Antwerpen en Brussel werd hij overgebracht naar Esterwegen (Duitsland), een van de zogenaamde Emslandlager niet ver van de grens met Groningen. Het kamp, een strafkamp, bestond van 1933 tot 1945. Een boek erover heette ‘De hel in het veen’, en dat zegt veel, zo niet alles

De gevangenen in Esterwegen moesten zonder machines en zonder geschikte kledij (zo hadden ze bijvoorbeeld geen waterdichte laarzen) het veen ontginnen Er is een periode geweest waarin de gevangenen in twee maanden geen droge kleding kregen. Het was zeer zwaar werk dat onder erbarmelijke omstandigheden zo'n 9 uur per dag verricht moest worden. Daarnaast werden de gevangenen bij terugkeer uit het veen ook nog eens afgeranseld. Ook de geestelijke mishandeling was niet te beschrijven.

Soms moesten de gevangenen op enkele honderden meters van de Nederlandse grens werken. Regelmatig trachtten ze die grens over te vluchten. Bij die vluchtpogingen werd er gericht op de hen geschoten. Toch zijn er enige tientallen ontsnappingen gelukt. Maar Nederland bleek allerminst gastvrij en stuurde de asielzoekers in de meeste gevallen terug. Vaak betekende dat alsnog de dood van de vluchteling. In enkele gevallen, die publieke aandacht trokken, werden asielzoekers niet naar Duitsland teruggestuurd, maar naar andere landen uitgewezen.

Carel Jibben hield het in dit mensonterende kamp lang vol, maar was uiteindelijk toch niet opgewassen tegen de ontberingen. Hij overleed op 26 november 1943, volkomen uitgeput.

Zijn naam staat op de erelijst der gevallenen

Een andere VRA-gevallene is Marinus Wilhelmus Marie Dirken. Hij werd geboren op 17 augustus 1900 Haarlem en was tijdens de Tweede Wereldoorlog kandidaat-notaris in Heemstede waar hij betrokken raakte bij een verzetsgroep. Na zijn arrestatie werd hij overgebracht naar het kamp Vught dat tot 5 september 1944 operationeel zou zijn. Daarna volgde een helletocht die hem via het kamp Sachsenhausen, waar hij verbleef van 6 september tot 16 oktober 1944, naar concentratiekamp Wöbbelin bracht, een subkamp van het beruchte kamp Neuengamme. Hetzelfde kamp waar de dichter Jan Campert, vader van schrijver Remco Campert, zou sterven. Evenmin als deze dichter van ‘Het lied der achttien doden’ was Marinus Dirken bestand tegen de onmenselijke omstandigheden in het kamp. Hij overleed, heel navrant, op 26 april 1945, precies zes dagen voordat het kamp door de Amerikanen werd bevrijd.

Als cricketer was Marinus Dirken evenals Carel Jibben geen grootheid. Hij kwam eerst uit voor Rood en Wit en daarna voor VRA. Tussen 1918 en 1934 speelde hij in zeven seizoenen 42 wedstrijden op hoofdklasse-niveau. Zijn hoogste score was 32 runs. Hij nam 64 wickets en bracht 15 vangen op zijn naam

Het bericht van zijn dood bereikte Nederland pas ruim twee maanden na zijn overlijden. De annonce in Het Parool spreekt van een ‘verpletterende tijding’ die toch nog onverwacht kwam. ‘Liever geen bezoek’ staat er onder het bericht. Het verdriet was simpelweg te groot. Marinus Dirken liet een vrouw en zoontjes Paul en Coen achter,

Hij staat op de erelijst der gevallenen

Dan is er Kurt Johann Leeser geboren 7 mei 1894 in Berlijn.

Hij kan met recht een oer VRA-er worden genoemd, want hij was sinds 1910 al lid van Volharding, een van de drie verenigingen die in 1914 zouden fuseren tot VRA. Koert Leeser was niet alleen een goed cricketer maar ontpopte zich in de loop der jaren tot een gezelligheidsmens die na een match graag aan de bar bleef hangen in gezelschap van Jo van der Chijs, Jan Eilers en de Klinken (Rein, Tippie en Henk). Wim Glerum aan wie ik dit en enkele andere feiten over Koert Leeser ontleen merkt daarbij fijntjes op dat dit voor een geboren vrijgezel als Koert ook wat makkelijke was dan voor iemand als VRA-captain Guus Hamburger die na afloop van de strijd onmiddellijk afreisde naar zijn gezin dat resideerde op het prachtige Westerengh in Laren. Tussen de twee Wereldoorlogen was Koert elke zomer een vaste kracht voor VRA1. Ook was hij bondsumipre en redactielid van How’s That. Hij maakte heel wat runs. De meeste merkt Glerum fijntjes op met een scheef bat maar dat mocht de pret niet drukken. In 1924 smaakte hij het genoegen van een ruime century (130) in een fantastische wedstrijd tegen Hermes op het veld aan de Damlaan. Hij zou dit kunststukje nog eenmaal herhalen. Koert was klein van stuk, tamelijk dik en muntte niet uit in beweeglijkheid, maar was wel een terriër die zich in een wedstrijd vastbeet. Ook als wicketkeeper stond hij zijn mannetje op het nog lang snelle bowlen van iemand als Top Rincker. Hij had zijn eigen stijl en zijn eigen gein, memoreert Glerum, die zelf in 1937 naar Rio vertrok en Koert zo uit het oog verloor. Toen hij in 1946 in het vaderland terugkeerde moest hij constateren dat Koert was gestorven, vergast ergens in Europa. Als joodse man, iemand die na 1 november 1941 geen lid meer mocht zijn van een niet-joodse vereniging, was hij zijn leven niet zeker geweest. Dat hij geen misselijke cricketer was, blijkt wel uit zijn cijfers. In zijn lange carrière, die 26 seizoenen besloeg, scoorde hij bijna 3000 runs, ving hij 106 tegenstanders uit en bracht ook nog 38 stumpings op zijn naam.

Koert Leeser overleed op In oktober 1942, waar precies weet niemand. Op zijn kaart staat simpelweg ‘Europa’.

Vandaag gedenken we dus in het bijzonder VRA’ ers Carel Jibben en Marinus Dirken, helden van het verzet, en Koert Leeser, slachtoffer van de Jodenvervolging, alsook Johan van Twisk overleden in concentratiekamp Oranienburg en Hermanus Leonardus La Lau, luitenant generaal in te KNIL overleden aan uitputting in het krijgsgevangenen hospitaal in Batavia. Hun namen zijn niet vergeten.

Our Sponsors

Onze sponsors

  • Gulpener
  • Voorneman Geenen Notarissen
  • ABN AMRO
  • 1 & 12 Ventures